Een school om in te wonen

Inleiding Gedragsprotocol

Bijna iedereen weet wat wel en niet ‘normaal’ is. Alleen niet iedereen heeft dezelfde grenzen. Hiermee wordt bedoeld dat de een bijvoorbeeld nooit een ander zal slaan, maar dat de ander vindt dat in sommige gevallen slaan wel acceptabel is.
Iedereen heeft in principe dezelfde gedachten (wat kan wel en wat kan niet), maar de waarde die men er aan hecht is verschillend.

Mag je als leerling zelf uitmaken………..

  • hoe laat je op school komt? Om half negen, kwart voor negen of om 10 voor negen?
  • hoe je leerkrachten aanspreekt, met meneer, juf of alleen met voor- en achternaam: ‘Ha die Harry, alles goed?’
  • wat je mee naar school neemt? Een mobieltje, een spelcomputer, een zakmes?
  • hoe je je op school gedraagt? Of je rent of loopt? Luid of gewoon praat, je medeleerlingen uitscheldt, pest of gewoon benadert?
  • of je de leerkracht die je de klas uitstuurt, een grote mond geeft of er na de les een normaal gesprek mee voert?
  • hoe je met spullen van anderen omgaat? Zoals met spullen die van jezelf zijn of gewoon slordig en nonchalant?

 

Regelmatig wordt in teamverband gesproken over hoe leerlingen moeten deelnemen aan activiteiten die op en rondom school plaatsvinden. Laat je ze daar de vrije keuze in, dan vraagt dat om grote problemen.
Echter, niets is zo veranderlijk als de mens. Grenzen worden steeds opnieuw verlegd. Als team moeten we hele duidelijke regels stellen en die aan iedereen die het moet weten, dus ook aan u als ouder, ‘luidop’ bekend maken.

Door het hanteren van protocollen binnen het project ‘een school om in te wonen’ proberen we leerlingen duidelijk te maken wat wel en niet op school geaccepteerd wordt. Wellicht krijgen de leerlingen het gevoel dat er op school niets meer mag, maar zolang de regels rechtvaardig zijn, dat wil zeggen bij iedereen op gelijke manier worden toegepast, zullen ze deze regels accepteren.

Een regel is er om overtreden te worden……..Een vermanend vingertje heeft niet altijd het gewenste effect (met name in de hogere groepen, maar helaas ook in de lagere groepen). Vandaar dat na herhaald afwijkend gedrag sancties (strafmaatregelen) zullen plaatsvinden. Voorbeeldgedrag krijgt natuurlijk ook onze welverdiende aandacht!

Het protocol

Het project ‘een school om in te wonen’ bestaat uit een aantal duidelijk aan te bieden pictogrammen / regels die op school toegepast (moeten) worden. De pictogrammen / regels krijgen daar waar nodig (wanneer de dagelijkse praktijk daarom vraagt), gedurende het gehele schooljaar de nodige aandacht. De volgende regels worden gehanteerd:

  • Regel 1: samen op het plein
  • Regel 2: we lopen rustig in de gang
  • Regel 3: na werken opruimen
  • Regel 4: let op je taalgebruik
  • Regel 5: iedereen hoort erbij

De rol van de leerkrachten

De leerkrachten hebben een voorbeeldfunctie, moeten consequent en alert handelen (voor alle leerlingen van de school en niet alleen de eigen groep), controleren en delen (in goed overleg) sancties uit. Betreft het leerlingen van een andere groep, dan wordt de groepsleerkracht van de desbetreffende groep ingelicht.
Deze groepsleerkracht zorgt ervoor dat de straf uitgevoerd wordt. Kinderen krijgen de gelegenheid u in te lichten, zodat u op de hoogte bent van het feit dat uw kind wat langer op school moet blijven. Bij herhaald overtreden van de regel en / of respectloos gedrag wordt u telefonisch ingelicht en uitgenodigd voor een gesprek in aanwezigheid van uw kind.

De rol van de ouders

Wanneer het echt een school moet worden om in te wonen, is het van belang, dat u uw medewerking verleent
aan het uitgestippelde beleid:

  • in de thuissituatie te wijzen op wat niet goed gegaan is op school
  • achter de strafmaatregel te staan
  • de regel ook thuis te hanteren

U als ouder wordt regelmatig via nieuwsbrieven en de website geïnformeerd over ‘de inhoud’ van de regels en de eventueel daarbij horende strafmaatregelen.

 

Regel nummer 1

Samen op het plein

Regel nummer 2

We lopen rustig in de gang

Regel nummer 3

Na werken opruimen

Regel nummer 4

Let op je taalgebruik